© iWords.nl | 2010 - 2015
• Tekstschrijven
• Vormgeving
• Communicatieadvies
• Workshops
Pyloon 16
6641 MT  Beuningen
06 - 33 44 86 55
mitch@iwords.nl
Iedere ondernemer loopt er regelmatig tegenaan: er moeten nieuwe
teksten komen.
Op je website, in je nieuwsbrief, in je folder of brochure, in een advertentie,
in e-mails en brieven, in vacatures, in je blog…

Overal blijven die teksten maar terugkomen. En steeds maar weer blijkt het
allemaal wat lastiger dan gedacht.

Hoe komt dat toch?

In deze blog leg ik je uit waar dat lastige stukje nou eigenlijk door komt.

Voor de haastige lezer is dit trouwens alvast het antwoord: 7% - 38% - 55%.
Zo da’s lekker duidelijk. Tenminste, als je weet waar dit op slaat.

Mocht je nu toch nog met een levensgroot vraagteken zitten, lees dan
even verder…


Een boodschap bestaat maar voor 7% uit woorden
Dat is niet veel. Albert Mehrabian (ooit hoogleraar aan de UCLA) heeft dit
destijds onderzocht.

Zijn rijtje ziet er zo uit:

Woorden: 7%
Intonatie: 38%
Lichaamstaal: 55%

Voor de duidelijkheid: het gaat hier dus om de communicatie-elementen in
verbale en non-verbale communicatie.

Tja, en daar ga je dan met je teksten. Want hoe krijg je in godsnaam
intonatie en lichaamstaal in je geschreven boodschap verwerkt.

Het antwoord is: niet dus.

En daar lopen we dus met z’n allen steeds weer tegenaan. Je schrijft iets in
(bijvoorbeeld) een mailtje en de ontvanger leest iets heel anders dan jij
hebt bedoeld.
Nogal logisch, want je bent dat mailtje niet persoonlijk voor komen lezen.
Inclusief de juiste intonatie en je eigen lichaamstaal.

En dat zorgt toch best wel vaak voor verkeerde interpretaties.
Een briljant voorbeeld daarvan zie je in onderstaand filmpje waarin 2 heren
over en weer een aantal berichten via de telefoon sturen.

NB: in deze (Engelstalige) video betekent: “You wanna go…” zowel “Wil je
gaan…” als “Wil je vechten…”.


























Coderen & decoderen
In gesproken boodschappen is het vaak al lastig genoeg om precies te
verwoorden wat je bedoelt. Dat komt doordat we allemaal een iets
andere ‘code’ gebruiken.

Leg ik even uit.

Als persoon A een gevoel in woorden wil delen, zoekt hij in zijn hersens naar
de woorden die dat gevoel voor hem vertegenwoordigen. Dat is het
‘coderen’ van de boodschap.

Als het bijvoorbeeld gaat om het formaat van een SUV, en persoon A rijdt
zelf een Smart, zou je zoiets kunnen krijgen:

“Ik werd vandaag ingehaald door echt een ENORM grote auto!”.

Persoon B, hoort dit aan en gaat de woorden weer decoderen naar het
gevoel dat voor hem bij die woorden past.
Nou is persoon B wel wat gewend. Hij rijdt zelf in een Audi Q7 (flinke bak) en
denkt bij het woord ‘ENORM’ dus dat het moet gaan om een wel hele
grote auto. Formaatje Kliko-wagen of zo.

De boodschap is dus anders aangekomen dan deze was bedoeld.
Het coderen en decoderen werkte in dit geval niet goed.

Natuurlijk maakt het daarbij dan verschil of persoon B persoon A goed kent
of niet.
Als persoon B had geweten dat persoon A in een Smart rijdt, zal de
boodschap een stuk beter overkomen.

Kortom: als je weet wie de brenger van de boodschap is, heb je een veel
beter beeld bij de woorden.
Omgekeerd geldt dan natuurlijk dat als je weet wie de ontvanger is (je
doelgroep), je de woorden daarop kunt aanpassen.

En daar gaat het in geschreven teksten dus zo vaak mis.

We kunnen ons namelijk bij geschreven woorden niet bedienen van
intonatie of lichaamstaal. We zullen het moeten doen met die 26 letters die
we op de juiste plek in een zin proberen te krijgen.
We missen dus 93% van de mogelijkheden om ons verhaal goed te
vertellen.

Intonatie is in een geschreven tekst niet aan te brengen.

Gelukkig kun je in WhatsApp-berichten en in casual e-mails etc. gebruik
maken van smileys om bijvoorbeeld met een knipoogje aan te geven dat
de lezer het allemaal niet te serieus moet opvatten.

Maar ik denk dat we het met elkaar eens zijn als we zeggen dat het gebruik
van smileys in je webteksten of zakelijke  e-mails gewoon echt niet kan.


Maar hoe krijg ik dan die 7% goed overgebracht?
Dat zal altijd lastig blijven. Maar zeker niet onmogelijk. Daarom is
tekstschrijven ook een vak.
En een vak kun je leren.

Om je lezers te laten lezen wat je écht bedoelt, zul je dus eerst moeten
weten hoe zij jouw woorden ‘decoderen’.
Oftewel: je moet je doelgroep kennen. Heel erg goed kennen.

Welke taal spreken zij? Welke referentiekaders gebruiken ze? Wat windt hen
op en wat stoot ze af?

En da’s niet makkelijk. Een zakelijke doelgroep bestaat nou eenmaal niet uit
maar 1 persoon.
Dat is doorgaans een verzameling van uiteenlopende karakters die ieder
op hun eigen manier omgaan met een boodschap.

De sleutel is dus om zo algemeen mogelijk te schrijven. Maar nog veel
belangrijker is het om ervoor te zorgen dat de lezer jou leert kennen.

Ga maar na: als je iets leest van een bekende, is het veel makkelijker om
zijn of haar woorden op de juiste manier te decoderen’. Je weet tenslotte
al min of meer de achtergrond van die persoon. Je kent misschien hun
stem (intonatie) en weet hoe deze persoon zich beweegt (lichaamstaal).
En dat scheelt een hoop om die 7% (woorden) aan te vullen tot de volle
100%.


Klopt dat allemaal wel, wat je zegt?
Ja hoor. En je kunt dat zelf op een simpele manier checken.

Zoek op internet naar de tekst (lyrics) van een liedje dat je nog niet kent.
Lees vervolgens die woorden.

Waarschijnlijk word je er nou niet bepaald door gegrepen. Misschien rijmt
het wel mooi en zie je wel dat er een verhaal in zit, maar je weet nog niet
welke melodie (intonatie) erbij hoort.

Luister nu eens naar het liedje zonder beeld. Grote kans dat je het liedje nu
ineens op een heel andere manier beleeft.
Er is een stem bij gekomen die van hoog naar laag gaat. Die de woorden
langzaam of snel uitspreekt.

Kortom: je hebt nu 7% + 38% van de boodschap al binnen.

En nu ga je de beelden bij het liedje bekijken. Via YouTube of zo.
Je ziet nu de persoon die bij de stem hoort. Een persoon die beweegt. Die in
mimiek en gebaren de emotie laat zien die bij het nummer past.

Je hebt nu die laatste 55% er ook bij gekregen en het plaatje is compleet.

En nu zoek je opnieuw de tekst van een liedje op. Maar dit keer wel van de
zelfde artiest als daarnet.
In feite ken je deze persoon nu. Je kent de stem en je hebt de mimiek. De
lichaamshouding  en gebaren gezien.

Ineens kun je je veel beter voorstellen hoe het liedje zou kunnen klinken
vóórdat je het daadwerkelijk hebt gehoord…

Mooi hè, hoe dat werkt.


Maar die teksten dus…
En zo gaat dat dus ook met tekstschrijven.

Door je teksten een persoonlijke en herkenbare stijl mee te geven, heb je
een veel grotere kans dat je aan je lezers ook de juiste toon kunt
overbrengen.

Als je schrijft in de wij-vorm en gebruik maakt van zakelijke woorden (jargon)
en van afstandelijke en neutrale zinnen, hou je de lezer op afstand.
Je blokkeert iedere kans om jou te leren kennen als mens. Als persoon van
vlees en bloed. Met een eigen karakter, een eigen stijl en een herkenbaar
setje ‘codes’.

Laat zien wie je bent. Gebruik een foto van jezelf. Plaats een video. Laat de
lezer kennis met je maken.
Je zult ook zien dat het bovendien veel makkelijker is om te schrijven zoals
je zelf bent in plaats van te proberen te klinken als iemand die je eigenlijk
niet bent.

Lezers trappen daar niet in en dan ga je ook met die 7% niet redden.
WAAROM TEKSTSCHRIJVEN VAAK
ZO LASTIG IS
comments powered by Disqus
Mail me direct Mail me direct